Geschiedenis

From AmersfoortWiki

Jump to: navigation, search

De eerste vermelding van Amersfoort dateert uit 1028. Er moet toen sprake geweest zijn van een boerennederzetting. De strategische ligging was voor de bisschop van Utrecht aanleiding om er één van zijn hoven te bouwen, om van hieruit de Gelderse Vallei te ontginnen. Waarschijnlijk werd dit bisschoppelijk hof in de eerste helft van de twaalfde eeuw gesticht op de plaats waar thans de Sint-Joriskerk staat. Handel en nijverheid leefden op.

Contents

Stadsrechten

De nederzetting kreeg in 1259 stadsrechten van de Utrechtse bisschop Hendrik van Vianden. In de akte, waarin aan Amersfoort stadsrechten werd verleend werd het stadje omschreven als een oppidum, dat wil zeggen dat de stad versterkt was, waarschijnlijk door een aarden wal, wellicht met poorten. Tegen het einde van de dertiende eeuw werd de eerste stenen muur gebouwd, met een lengte van 1550 meter, en omgeven door een gracht. Op de plattegrond van het centrum van Amersfoort is deze eerste stadsmuur nog goed terug te vinden.

In 1340 was er een grote stadsbrand, waarbij ongeveer de helft van de gebouwen werd vernietigd of beschadigd. Omstreeks 1380 werd begonnen met de bouw van een nieuwe muur (gereed rond 1450) met de totale lengte van 2850 meter, die het oppervlak van de ommuurde stad verdrievoudigde. In deze muur werd een aantal poorten gebouwd die tot op de dag van vandaag te bewonderen zijn, zoals de Koppelpoort en de Monnikendam. Van de eerste muur is weinig bewaard gebleven, slechts de sterk gerestaureerde Kamperbinnenpoort resteert. Niettemin is het verloop van de eerste muur nog intact; de Muurhuizen volgen het tracé van de muur en maken

Muurhuizen

Het gebied binnen de muren blijkt al snel te klein. In de 14e eeuw is de welvaart zo hoog, dat het inwonertal fors toeneemt. Een tweede muur wordt gebouwd. Op de fundamenten van de oude muur komen huizen. Deze zogeheten Muurhuizen staan nog altijd in de binnenstad

Oorlogsgeweld in de 16de eeuw

De stad had in de zestiende eeuw veel te lijden van oorlogshandelingen. Het werd in 1572 bezet door de Staatsen en in 1573 door de Spanjaarden. In 1579 werd Amersfoort heroverd door Jan VI van Nassau-Dillenburg, waarop in 1579 gedwongen aansluiting bij de Unie van Utrecht plaatsvond.

In 1629 werd Amersfoort door Hendrik van den Bergh veroverd. Hendrik van den Bergh moest eigenlijk de aanval van Frederik Hendrik van Oranje op 's-Hertogenbosch beantwoorden, maar het lukte door onder andere de circumvallatielinie rond 's-Hertogenboch niet om door de verdediging van Frederik Hendrik te komen.

Gedurende de 16e eeuw ging het economisch slechter. De inwoneraanwas stagneerde en in het begin van de negentiende eeuw telde Amersfoort nog maar 8.000 mensen. Rond 1850 braken de inwoners grote delen van de wallen en poorten af. Dat bood de armen werk en de stenen waren nuttig voor straten, pleinen en wegen. Ingrijpen van koning Willem II voorkwam sloop van de Koppelpoort, Monnikendam, Kamperbinnenpoort en een restant van de stadsmuur.

Economische terugval

In de 16e eeuw gaat het op economisch gebied veel minder. De groei van het aantal inwoners stagneert en in het begin van de negentiende eeuw wonen er in Amersfoort nog maar zo’n 8.000 mensen. Halverwege de 19e eeuw breken de inwoners grote delen van de muren en poorten af. Zo worden arme mensen van werk voorzien en worden van de stenen straten, pleinen en wegen verhard. Een verbod van koning Willem II voorkomt dat de Koppelpoort, Monnikendam, Kamperbinnenpoort en een restant van de stadsmuur verdwijnen.

19e eeuw

In het begin van de 18de eeuw werd de stad een centrum van de oud-katholieke Kerk, door de vestiging van de refractarische priesters van de zogenaamde Oud-bisschoppelijke Clerezij. De stad behield daarna een overwegend niet-katholieke signatuur, mede door de vestiging van vele beroepsmilitairen na 1870.

De komst van de spoorwegen in 1863 deed de stad uit haar 19e eeuwse slaap ontwaken. Amersfoort werd een belangrijk knooppunt en is dat tot op heden gebleven. Rond 1870 werd Amersfoort door de regering verkozen voor de uitbreiding van het leger, mede vanwege de centrale ligging aan spoorwegen en nabij de Hollandse Waterlinie en heideterreinen, die als oefenterrein konden dienen (Vlasakkers, Leusderheide).

Groeistad

Aansluiting bij het spoorwegennet en de bouw van twee kazernecomplexen in de tweede helft van de 19e eeuw trekken veel nieuwe inwoners en industrieën aan. De werkgelegenheid in fabrieken en de bouw neemt toe. Door het grote woningtekort na de Tweede Wereldoorlog worden veel nieuwe wijken gebouwd. In 1980 krijgt Amersfoort van het Rijk de status groeistad. Taakstelling is onder meer 15.000 nieuwe woningen te realiseren. De architectuurwijk Kattenbroek en wijk Nieuwland zijn daarvan het resultaat.

In mei 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog moesten alle 43.000 bewoners worden geëvacueerd vanwege de verwachte gevechten rond Amersfoort, toen de grootste garnizoensstad van Nederland. Na vier dagen konden zij terugkeren. De Duitsers richten bij Amersfoort het Kamp Amersfoort in, een concentratiekamp. De Joodse gemeenschap van ruim 632 mensen werd gedecimeerd, 353 mensen kwamen om, de meesten in Auschwitz of Sobibór.

Tot ongeveer 1970 was er sprake van geringe ontwikkeling, die zelfs door de buitengebruikstelling van de meeste kazernes dreigde om te slaan in achteruitgang. Aan het eind van de 20e eeuw kreeg de stad een grote impuls door de Groeistad-status, die inmiddels heeft geleid tot de bouw van grote nieuwe wijken (waaronder Vinex), waarvan Kattenbroek door zijn bijzondere architectuur landelijke bekendheid heeft verworven. Ook nieuwe bedrijven vestigden zich in Amersfoort. Er kwam na veel politieke onrust een nieuw stationsgebouw, terwijl de stationsbuurt opnieuw werd ingericht, onder meer met middelgrote kantoren. Na ongeveer 1970 nam de militaire aanwezigheid drastisch af, en bleef slechts de Bernhardkazerne open.


Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Amersfoort ; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.


Personal tools
twitter